Dag 6: Spotten
26 juli 2024 - Driva, Noorwegen
Terwijl Sabine hamburgers staat de draaien en de piepers jast, kookt en bakt, schrijf ik het verhaal van vandaag. Lekker vroeg, want we doen rustig aan vandaag. Dat is wel zo handig met die lange rit die ons morgen te wachten staat.
Vannacht was het warm. In onze hut welteverstaan. Buiten was het al gaan regenen en waaien. Na allebei lekker te hebben gedoucht konden we schoon onder de lakens. We hebben hier 2 stapelbedden met in totaal 5 bedden. De onderste is een tweepersoonsbed en daar gingen wij dus in. Omdat het raampje hier alleen op het haakje open kan (je wilt toch niet dat dat raampje eruit waait) en dat standje ruim 15 cm bedraagt, hadden we besloten het raampje dicht te houden. Het raampje is namelijk zo van het haakje en helemaal open en je wilt geen ongenode gasten in je slaapkamer. Maar door die hitte was het slecht slapen. In slaap vallen was wel gelukt, maar al vlot waren de luikjes weer open. Sabine voelde zich wat claustrofobisch naast mij tegen het muurtje van de hut. Telkens hoorde ik een boink, of tak, of kleng. Ook een boem toen ze omhoog wilde komen met haar hoofd en tegen het bovenbed aankwam. Ik besloot eruit te gaan. Even langs de badkamer en daarna door het raam naar buiten kijken. Regen dus en wind. Ik verlangde er gewoon naar om buiten te gaan staan zo gloeiden mijn voeten. Mijn voeten leken na de tocht van gisteren wonderwel mee te vallen op dit tijdstip. Ik had ook maar bedacht dat ik bij ons het raampje wel heel even open kon doen als ik er even bijbleef. Dus ik achter het gordijntje bij het raampje dat op het haakje zat. Het waaide van jewelste maar het voelde ook lekker fris. Ondertussen had Sabine ook de badkamer bezocht en ze vroeg zich af wat ik aan het doen was. Nou, even luchten dus. Ze was maar op de bank gaan liggen. Nu hebben we nog 3 eenpersoonsbedden over dus had ik bedacht dat ik wel boven zou gaan liggen zodat Sabine toch wat ruimte had en vrij zou kunnen bewegen. Dus Vlek, het kussen en het dekbed verhuisden naar boven. Sabine kon weer lekker het bed in. Ik ook. Het raam had ik weer dicht gedaan. Nou slapen kon ik niet en het leek al ochtend te zijn zo lekker licht was het. Ik kon zo langs het gordijntje kijken en wat een geweldig mooie luchten zag ik daar. Dus ik eruit en naar de badkamer voor een kleine stop. Vervolgens pakte ik snel mijn korte broek. Sabine was ook wakker want ze vroeg wat ik ging doen. Nou, naar buiten natuurlijk. Op mijn blote voeten en met mijn mobieltje in de aanslag ging ik de hut uit. De luchten op de foto's zijn erg mooi, dat vond Sabine bij het ontbijt ook. Het bleek 4:30 uur. In mijn beleving was het veel later, Nu kroop ik toch maar weer in bed en wonderwel viel ik in slaap.
Ik schrok om 8:00 uur wakker van de wekker en voelde me lekker brak. Zo brak zelfs dat Sabine als eerste zei dat ze eruit ging. Dus ik moed bij elkaar verzamelen en ook opstaan. Mijn voeten voelden behoorlijk gehandicapt. Strompelend door de hut vond ik de douche en zo kon de dag beginnen. Om 9:30 uur vertrokken we naar Snøhetta. Dat is een berg en op deze berg hebben ze een observatiepunt gezet. We moesten 38 minuten rijden. Daar aangekomen leidde Truus ons eerst fout. Een afslag te vroeg op een parkeerterrein waar je niet af kon aan de andere kant. We zagen de weg zo lopen. Dus snel keren en de goede afslag genomen. We moesten een weg op waar je tol moest betalen en die een beetje deed denken aan de weg naar Eggjarnar vorig jaar. Qua gaten en butsen en wegdek wel te verstaan, want het was geen enge, smalle weg met afgrond. Nu hadden we op de weg hiernaartoe besloten dat we de Nedernoren eens anders zouden benaderen. Naar iedere Nedernoor zouden we zwaaien. Chagrijnig volk hoor. Er zwaaide maar één stel terug. Wat oudere mensen in een camper. Sowieso valt het op dat, wanneer je een missie hebt om ze juist te spotten, je ze niet meer ziet. Tegenkomen daarentegen wel. Op de berg bij de kijkhut werd ik aangesproken door een vriendelijke wat oudere vrouw in het Nederlands. We hadden gezien dat ze de route van 1,5 km waarop 135 meter gestegen moest worden, toch wel wat pittig vond en daar hoor je ons zeker niet over oordelen. We hadden speciaal voor de gelegenheid een dik vest en onze windjacks aangedaan. Heet dat we het hadden. In de hut keken we door het enorme raam naar buiten en ik zei nog gekscherend dat we straks weg zouden gaan en niets gezien zouden hebben terwijl er misschien toch wel wat te spotten was. Nu stond er ook een aardige jongeman van het reservaat. Ik vroeg hem waar ik op moest letten als ik die muskusos of die eland zou willen spotten. Nou die eland die zit hier niet, maar veel lager bij de bomen. Hij gaf gelijk allemaal tips waar we zouden kunnen gaan kijken, maar dan wel rond een uur of acht vanavond. Die muskusossen die konden we nu al zien en wel door zijn telescoop. Dus ik enthousiast door dat ding turen en jawel hoor, vijf kleine bewegende zwarte dingetjes. Wauw! Ik heb er zelfs een foto van gemaakt met mijn telefoon door de telescoop. Alsof er vlooien op je lens zitten, maar we hebben ze gezien! Er waren daar ook Belgen, een man en een vrouw met een klein kindje op de rug. .
Na dit alles gaf de man van het reservaat aan dat we nog een kans hadden om de muskusossen te zien als we naar Kongsvoll zouden gaan. Dat is dus de plek dat niet echt een dorp is, maar waar we wel al die Nederlandse kentekens hadden zien staan. Dus wij terug naar de auto, nog verwonderd naar mensen kijkend die omhoog gingen met korte broek en een 7/8 broek met daarop aan een winterjas en een muts en daaronder dikken wandelsokken en bergschoenen (waarom dan ook geen warmere broek?). Vervolgens door de kuilen en butsen weer de berg af en parkeren waar we gisteren al die auto's hadden zien staan. Aan de overkant leek het pad te starten, maar Jut en Jul moesten natuurlijk eerst nog even 5 minuten draaikonten en echt wel uitvogelen of dit het juiste pad was. Gelukkig kon Strava weer bevestigend antwoorden. Er zat een hek voor de brug en Sabine zei dat we daar dus echt niet door konden. Deze was gewoon open. Ik zei nog dat het voor de schapen was. Hierna kwam er weer een hek. Sabine twijfelde weer. "Nee hoor, schapen", zei ik. Vervolgens kwam er een bord (dus zaten we goed), gevolgd door weer een hek met een bericht over loslopende paarden. Dus wij erdoorheen. Terwijl wij de klim begonnen, kwamen er best veel mensen omlaag. Veel Nedernoren ook. Niet zo oud en dus nog te beroerd om dag te zeggen. Boven aangekomen hadden we pas 2,1 km gelopen, maar waren we al een behoorlijk eind gestegen. Voordeel is dan wel dat je de terugweg mag dalen. We moesten naar rechts en dan na een halve kilometer gewoon rechtdoor de berg op. Nu eerst maar de lunch. Precies aan de rand van het pad stond een steen waar ik mijn gat opzette en Sabine zat op een steen midden op het pad. Een lage steen waar je normaal gesproken overheen loopt. We smeerden de boterhammetjes en wilden vertrekken toen er twee mensen ons vriendelijk begroetten. Zij waren van het Dovrevjell National Park zag ik en de vriendelijke jongeman bij Snøhetta had gezegd dat waar wij boven zouden komen een parkwachter zou staan. Dus ik vertelde dat direct. Dat moest Jonas zijn geweest zei de man van het stel (het waren een man en een vrouw). Ik vertelde dat we hadden geluncht en hij (de vrouw zei vrij weinig) gaf aan dat we op het pad moesten blijven. Sabine voelde zich nog aangesproken, want we zaten zo op het pad dat ze zich afvroeg of er wel iemand langs kon. Van hem leerde ik ook een nieuw woord. Het klinkt als monkeytak en het betekent zoveel als heel erg bedankt. 500 meter verderop stonden ze weer. Nu met de kijker. Deze had ik ook al uit de tas van Sabine gepakt en ik dacht iets gespot te hebben, ook al kon ik vrij weinig onderscheiden in het zwarte puntje. Ze gaven aan dat ze twee muskusossen hadden gezien, precies waar ik het ook vermoedde. Iets groter dan die vlo, een vliegje. Aan de overkant zag ik ook een hele groep mensen staan. Dat was dus die Safari. We zijn nog doorgelopen en moesten steeds meer stijgen. Boven zou de top van deze berg zijn, de Høgsnyta. We hadden bedacht dat wanneer we muskusossen hadden gezien we gewoon terug zouden gaan, maar we waren nu zo dicht bij de top. Dus wij door, en door, en door. We werden weer ingehaald door de Belgen met dat kindje. Voor de tweede keer al. Bovenop hebben we foto's gemaakt van de omgeving en van de muskusossen. Wanneer je ze inzoomd zijn ze niet scherp, maar zie je wel dat het geen vliegje op de lens is. De berg is 1335 meter en het gaf een voldaan gevoel dat we het niet hadden opgegeven. Nu terug naar de auto. dalen gaat altijd sneller dan stijgen, maar is een aanslag op knieën en voeten. Vooral door al die stenen. Door de zwaartekracht ging ik als een jekko omlaag, hopend dat ik mij niet zou verstappen of iets zou verzwikken. Toen we bij de laatste 2,1 km kwamen, kwamen we de man in de korte broek met de vrouw in de 7/8 broek tegen. Nedernoren. Ze sprak ons gelijk aan. Nee, niet op de opmerking die wij hadden geplaatst op de terugweg bij Snøhetta, maar of er echt muskusossen gespot konden worden. Dus heb ik ze heel lief aangewezen waar op de berg wij ze hadden gezien. Aardige lui. Toen gingen we weer verder zakken. Daar waar ik best als een razende Roelie omlaag dender ( het is ook lastig om het langzaam te doen), heeft Sabine helemaal geen moeite met een wat langzamer tempo. Ze is hierin veel voorzichtiger dan ik. Nu werden we weer ingehaald door de Belgen. Het kindje bleek te slapen en daardoor gingen ze lekker snel. Volgens mij komt het gewoon door die enorm lange benen.
Toen ik de auto wilde wegrijden zag ik geen moer door de grote kamper naast me. Dus Sabine heeft even gekeken na welke auto ik de E6 kon opdraaien. Ze had haar telefoon al in de aanslag om een foto te maken van een verkeersbord. Een grappige situatie, iets met wel rechtsaf en niet linksaf. Ze heeft 20 minuten met haar camera in de aanslag gezeten, omdat wij ervan overtuigd waren dat het bord er zo aan zou komen. Dat bord staat dus 5 minuten van de camping.
Vandaag hebben we toch best nog wat gelopen. 3 km op de eerste berg en op de tweede berg 9 km. Op dit moment voelen we hier nog niets van.
Zo meteen stappen wij weer in de auto. We rijden weer even 46 minuten terug. Daar staat een uitkijktoren waar je soms elanden ziet. Daarna rijden we nog 6 minuten door om via een vlonderpad naar een uitkkijkpunt te gaan waar de elanden vaak samenkomen. We gaan dus elanden spotten. Wie weet hebben we geluk. Als we dan terug zijn moeten we gaan slapen, want morgen wordt een lange dag.
Foto’s
1 Reactie
-
Anja:27 juli 2024Wat een mooi lucht, al die kleurige wolken weer een heel druk verhaal maar het neemt je mee! Morgen veel genoegen saam! Gr

